ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0414
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitspraak persoonsgebonden budget AWBZ
Verzoekster, vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, verzocht de Centrale Raad van Beroep om herziening van de uitspraak van 27 april 2005 inzake een geschil over een persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging.
De Raad stelde vast dat de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd, al vóór de uitspraak van 27 april 2005 bekend waren bij verzoekster en haar bewindvoerder. Dit voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat nieuwe feiten of omstandigheden onbekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
Daarnaast merkte de Raad op dat het verzoek feitelijk neerkomt op een hernieuwde behandeling van het hoger beroep, hetgeen niet het doel is van het bijzondere rechtsmiddel van herziening.
Op grond hiervan wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en wees zij een proceskostenveroordeling toe. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de voorzieningenrechter en het besluit van Univé inzake het persoonsgebonden budget.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden.