ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0429

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-4328 WVG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening onherroepelijke uitspraak over weigering sportrolstoel

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een onherroepelijke uitspraak van 27 april 2005, waarin haar bezwaar tegen de weigering van het College van burgemeester en wethouders van Drechterland om een sportrolstoel toe te kennen, werd afgewezen.

De Raad heeft vastgesteld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht voor herziening. Verzoekster betoogt dat de eerdere uitspraak onjuist was omdat zij een sportrolstoel met een aankoppelbare Berkelbike had bedoeld, niet een handbike, en dat de feiten onvolledig zijn weergegeven.

De Raad oordeelt dat het verzoek feitelijk de juistheid van de eerdere uitspraak ter discussie stelt, hetgeen niet het doel is van het bijzondere rechtsmiddel van herziening. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een andere uitspraak rechtvaardigen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De Raad wijst erop dat verzoekster vrijstaat een nieuwe aanvraag in te dienen voor een sportrolstoel met een Berkelbike.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 oktober 2006.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen.

Uitspraak

05/4328 WVG
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
inzake de uitspraak van de Raad van 27 april 2005, 04/6135 WVG,
in het geding tussen:
verzoekster
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland (hierna: College)
Datum uitspraak: 11 oktober 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft haar vader, tevens bewindvoerder, [naam bewindvoerder] verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 april 2005, 04/6135 WVG.
Namens het College heeft drs. W. Peters, juridisch adviseur bij Stimulansz, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2006. Namens verzoekster is verschenen [naam bewindvoerder], bijgestaan door mr. J.D. van Vlastuin, advocaat te Utrecht. Univé is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Bij de uitspraak van 27 april 2005 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 29 september 2004 op het beroep van verzoekster tegen het besluit van het College van 27 januari 2004. Bij het besluit van 27 januari 2004 heeft het College gehandhaafd de weigering om aan verzoekster een sportrolstoel op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten toe te kennen.
Namens verzoekster is aangevoerd dat de Raad, evenals de rechtbank en het College, ten onrechte heeft aangenomen dat de aanvraag van verzoekster betrekking had op een door middel van een handbike voort te bewegen sportrolstoel in plaats van op een sportrolstoel met een aankoppelbare Berkelbike. Voorts is aangevoerd dat de uitspraak van
27 april 2005 een onvolledige weergave van de relevante feiten bevat.
De Raad stelt vast dat hetgeen namens verzoekster is aangevoerd, geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb oplevert.
De Raad merkt nog op dat verzoekster in wezen beoogt de juistheid van de uitspraak van 27 april 2005 ter discussie te stellen. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.
Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling is geen grond.
Ten slotte wijst de Raad er voor de goede orde nog op dat het verzoekster vrijstaat om bij het bevoegde bestuursorgaan een aanvraag in te dienen voor een sportrolstoel met aankoppelbare Berkelbike.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en R.M. van Male en H. J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2006.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.