ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en arbeidskundige beoordeling WAZ-uitkering
Appellant, voormalig uitbater van een foto-/videozaak, was sinds 29 april 1998 arbeidsongeschikt door psychische klachten. Het UWV kende hem met terugwerkende kracht vanaf 3 april 2001 een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, met name over de ingangsdatum en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank Roermond vernietigde het besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen, met name omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd hoe het de beperkingen van appellant tijdens zijn opname en deeltijdbehandeling in het Vincent van Gogh Instituut had beoordeeld. In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in, waaronder diagnoses van obsessief-compulsieve en narcistische persoonlijkheidsstoornissen en een stoornis van Asperger.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de arbeidsongeschiktheid correct had vastgesteld op basis van adequate verzekeringsgeneeskundige gegevens en dat appellant de voorgelegde functies binnen zijn beperkingen kon verrichten. Ook stelde de Raad vast dat er geen sprake was van een bijzonder geval waardoor de uitkering eerder dan een jaar voor de aanvraagdatum had kunnen ingaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de WAZ-uitkering terecht ingaat op 3 april 2001 met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.