ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid verhuizing
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten, welke door het College van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellante stelde dat de verhuizing naar een andere gemeente noodzakelijk was vanwege onveilige situaties voor haar kinderen in de oorspronkelijke woonplaats. De Raad oordeelde dat de noodzaak van de verhuizing niet was komen vast te staan. Er waren nog mogelijkheden om de problemen van het kind op school op te lossen zonder te verhuizen, en de verhuizing was een eigen initiatief van appellante.
De enkele melding van pesten bij de politie in 2002 vormde onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat de situatie onveilig was. De kosten voortvloeiend uit de verhuizing konden daarom niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB worden aangemerkt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk is gebleken.