ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing terugvordering bijstandsuitkering wegens arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant ontving aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering die per 13 februari 1997 werd ingetrokken, waarna het College hem bijstand toekende. Later werd de arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht verhoogd, waarna het College de bijstand introk en een bedrag terugvorderde. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank werd het terug te vorderen bedrag opnieuw vastgesteld en beperkt, waarbij ook aanspraak op vakantiegeld werd erkend.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de berekeningen onjuist waren, dat hij het vermeende bedrag niet had ontvangen en dat het vakantiegeld ten onrechte netto was berekend. De Raad oordeelde dat het College terecht rekening hield met de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering over de periode van 13 februari tot 13 maart 1997 en dat het vakantiegeld correct netto was vastgesteld.
De Raad concludeerde verder dat het bedrag aan bijstand over januari 1999 volgens de uitkeringsspecificatie daadwerkelijk aan appellant was uitbetaald, ondanks diens betwisting, omdat hij onvoldoende bewijs leverde. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad drong er op aan dat het College spoedig het vakantiegeld uitbetaalt, waarbij gebruik kan worden gemaakt van het reeds bekende bankrekeningnummer.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.