ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid feitelijk woonadres
Appellante vroeg op 24 augustus 2004 bijstand aan bij het Centrum voor werk en inkomen. De gemeente Sittard-Geleen voerde een onderzoek uit naar haar feitelijk woonadres, waarbij onder meer een huisbezoek op 25 oktober 2004 plaatsvond. Dit onderzoek leidde tot twijfel over haar verblijfplaats, omdat de woning een langdurig onbewoonde indruk maakte met vrijwel geen huisraad, levensmiddelen of persoonlijke eigendommen.
Het College wees de aanvraag bijstand af op grond van artikel 11 en Pro 17 van de WWB omdat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad bevestigde de eerdere besluiten en oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar woonadres. Haar verklaring kon de gegronde twijfel niet wegnemen, mede omdat zij al sinds april 2003 op het adres zou wonen terwijl de woning nauwelijks bewoond leek. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het feitelijk woonadres.