ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsongeschiktheid appellant met linker schouderklachten
Appellant, werkzaam als fulltime bedrijfsleider, meldde zich per 1 september 1997 ziek vanwege linker schouderklachten en pijn. Het UWV kende hem vanaf 31 augustus 1998 een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 6 november 2003 vast op 65-80%, waarna appellant bezwaar maakte.
In bezwaar voerde appellant aan dat hij niet fulltime kon werken vanwege pijn en stress, en dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, gesteund op medische rapporten en arbeidskundige beoordelingen die de belastbaarheid van appellant bevestigden.
Appellant bracht in hoger beroep nieuwe medische rapporten in, maar de Raad oordeelde dat deze onvoldoende grond boden voor verdere beperkingen of een urenbeperking. De ondersteunende functie van de linker arm en hand was nog aanwezig, en de geduide functies overschreden de belastbaarheid niet.
De Raad wees het verzoek tot uitstel van de zitting af vanwege afwezigheid van appellant en zijn gemachtigde. Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarmee de herbeoordeling en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid werden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% zonder urenbeperking.