ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken urenbeperking en verlies verdiencapaciteit
Appellant, werkzaam als verkoper/relatiebeheerder, viel in januari 1998 uit wegens klachten en bouwde zijn werk geleidelijk op tot 75%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek kende het UWV hem aanvankelijk een WAO-uitkering toe. Een herbeoordeling in 2003 leidde tot het standpunt dat appellant zonder urenbeperking zijn eigen werk kon verrichten en geen verlies aan verdiencapaciteit had.
Het UWV trok daarop de WAO-uitkering per 29 april 2003 in. Appellant maakte bezwaar, stellende dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld en bracht diverse medische rapporten en een Functionele Capaciteits Evaluatie in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep slaagde appellant niet in zijn stelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat appellant een urenbeperking had en dat de gebruikte onderzoeksmethoden, waaronder de FCE, met terughoudendheid moeten worden gehanteerd. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 29 april 2003 wordt bevestigd wegens het ontbreken van een urenbeperking en verlies aan verdiencapaciteit.