ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ontvankelijkheid bij bezwaar tegen WAO-besluit door gemeente en College van B&W
In deze zaak staat centraal of het College van burgemeester en wethouders (College) of de gemeente zelf als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een WAO-besluit dat aan een werkneemster van de gemeente is toegekend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) kende een WAO-uitkering toe aan de werkneemster en stuurde het besluit aan de gemeente. Het College maakte namens de gemeente bezwaar, maar appellant stelde dat alleen de gemeente als rechtspersoon belanghebbende is en het College niet zelfstandig bezwaar kan maken.
De rechtbank oordeelde dat het College niet als zelfstandige belanghebbende kon worden beschouwd en verklaarde het bezwaar van het College niet-ontvankelijk. De rechtbank stelde dat het bezwaar van de gemeente zelf ontvankelijk was en beval appellant een nieuw besluit te nemen gericht aan de gemeente.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat het College bevoegd is namens de gemeente bezwaar te maken, maar niet op eigen naam als belanghebbende kan optreden. De Raad verwierp het beroep van appellant dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en legde een recht van € 422,- op aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Uitkomst: Het bezwaar van het College is niet-ontvankelijk, het bezwaar van de gemeente is ontvankelijk en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.