ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering onverschuldigde bijstand wegens verzwegen inkomsten
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1984 en werden door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Scheemda geconfronteerd met een besluit tot intrekking van hun recht op bijstand en terugvordering van kosten over de periode 1999-2004 wegens verzwegen inkomsten uit arbeid.
De Sociale Recherche stelde vast dat appellant werkzaamheden verrichtte in de handel in oud ijzer en fietsen, zonder dit aan het College te melden. Het College baseerde het besluit op artikel 69 van Pro de Abw, maar de Raad oordeelt dat dit onjuist was omdat de WWB per 1 januari 2004 van toepassing is.
De Raad vernietigt het besluit vanwege de onjuiste wettelijke grondslag, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het College ook op grond van de WWB bevoegd is tot intrekking en terugvordering. Appellanten hebben onvoldoende inzicht gegeven in hun financiële situatie en het College kon redelijk besluiten tot intrekking en terugvordering.
Een verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en het betaalde griffierecht wordt aan appellanten vergoed. De Raad benadrukt dat het College bij de belangenafweging in redelijkheid tot haar besluiten kon komen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.