ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht en rentevergoeding
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die bij besluit van 4 maart 1988 werd toegekend. Na een verzoek tot herziening van het dagloon van 17 mei 2001 verhoogde appellant het dagloon met terugwerkende kracht per 27 januari 1988. Vervolgens werd een bedrag aan wettelijke rente toegekend, dat na bezwaar werd verhoogd tot €1155,44, betrekking hebbend op de periode van 1 augustus 2001 tot 18 februari 2003.
Appellant erkende de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene moesten komen, omdat deze geen tijdig rechtsmiddel had aangewend. De rechtbank oordeelde dat wettelijke rente vanaf 14 dagen na het verzoek van 17 mei 2001 verschuldigd was.
De Raad overwoog dat het standpunt van appellant werd onderschreven en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel door betrokkene faalde. Wel werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644. De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit omdat appellant verzuimd had rente over rente toe te kennen, en gaf opdracht tot het nemen van een nieuw besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd met de verplichting voor appellant een nieuw besluit te nemen en betaling van proceskosten aan betrokkene.