ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende belastbaarheid voor passende arbeid
Appellante, voormalig schoenenverkoopster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een eerstejaarsherbeoordeling besloot het UWV haar uitkering per 20 februari 2002 te beëindigen omdat zij geschikt werd geacht voor passende arbeid binnen haar beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij meer beperkt is en dat de geselecteerde functies niet passend zijn. De Raad overwoog dat hoewel appellante beperkingen heeft, zij geschikt is voor de door een arbeidsdeskundige geselecteerde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 0%.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de vastgestelde belastbaarheid en benadrukte dat appellante geen aanvullende medische informatie heeft overgelegd. De functies zijn algemeen geaccepteerde arbeid passend bij haar krachten en bekwaamheden. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor passende arbeid.