ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen herziening bijstandsuitkering niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving een bijstandsuitkering die het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes bij besluit van 26 november 2001 herzag en introk wegens het beschikken over middelen die de vermogensgrens overschreden. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit te laat. Het College verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Middelburg bevestigde dit in haar uitspraak van 1 juli 2005.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en niet gericht was tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College van 23 augustus 2004. Vervolgens verklaarde de Raad het bezwaar van appellante tegen de brief van 23 januari 2003 niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelde het College tot betaling van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het College het betaalde griffierecht aan appellante moest vergoeden. Hiermee kwam de Raad tot een finale beslechting van het geschil.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de herziening van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.