ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens onjuiste arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellant ontving sinds november 1998 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Vanaf juli 2002 verrichtte hij werkzaamheden als docent, waardoor zijn arbeidsongeschiktheidspercentage moest worden herzien en de uitkering werd verlaagd. Het UWV besloot tot terugvordering van een bedrag van €6.480,85 wegens te veel betaalde uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het UWV tijdig had geïnformeerd over zijn inkomsten, maar dat het UWV nalatig was geweest in de verwerking daarvan, wat een dringende reden zou vormen om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had aangepast en dat een deel van de uitkering onverschuldigd was betaald. De nalatigheid van het UWV kan niet worden aangemerkt als een dringende reden om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De terugvordering van de teveel betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen dringende reden bestaat om hiervan af te zien.