ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-schattingsbesluit wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, waarbij het UWV oordeelde dat hij geschikt was voor zijn voltijdse dagfunctie, maar dat onvoldoende functies in de avonddienst beschikbaar waren om de schatting daarop te baseren.
De rechtbank onderschreef het UWV-standpunt dat appellant geschikt was voor de combinatie van dag- en avondbaan, ondanks het beëindigen van het dienstverband voor de dagbaan. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel over de medische grondslag, waarbij ook deskundigen zoals een neuroloog en psychiater zijn geraadpleegd.
De Raad oordeelt echter dat het UWV onvoldoende heeft aangetoond dat soortgelijke arbeid met dezelfde belasting en beloning op de arbeidsmarkt beschikbaar is. De geselecteerde functies uit het Functie Informatie Systeem (FIS) zijn qua beloning lager dan het maatmaninkomen, en het is onwaarschijnlijk dat appellant in die functies een vergelijkbaar inkomen kan verdienen.
Hierdoor ontbreekt een toereikende arbeidskundige grondslag voor het besluit dat appellant geschikt is voor de maatgevende arbeid overdag. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden WAO-schattingsbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.