ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende toelichting bij overschrijding belastbaarheid
Appellant was per 9 september 2002 toegekend een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Hij stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was door knieklachten en dat de geduide functies onvoldoende rekening hielden met zijn beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts niet was onderschat, mede omdat appellant zijn knieklachten pas in december 2002 had gemeld. Wel constateerde de Raad dat de arbeidskundige rapportage onvoldoende toelichting gaf bij wijzigingen in de functiebeoordelingen, met name bij overschrijdingen van de belastbaarheid die niet waren toegelicht.
De Raad wees op het nieuwe Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) dat verbeteringen bracht, maar benadrukte dat bij signaleringen van mogelijke overschrijdingen altijd een afzonderlijke toelichting vereist is. Omdat die toelichting ontbrak, kon het UWV-besluit niet in stand blijven. De Raad vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar, waarbij ook proceskosten werden toegewezen aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende toelichting bij overschrijding van belastbaarheid en een nieuw besluit wordt bevolen.