ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden zonder volledige melding
Appellant ontving een WW-uitkering van december 1995 tot januari 2000 en was vanaf januari 1996 als zelfstandige ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij gaf via werkbriefjes uren op als freelancer, maar een controle wees uit dat hij meer uren werkte dan opgegeven. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf juli 1996 zelfstandig ondernemer was en niet langer als werknemer in de zin van de WW kon worden beschouwd. Hierdoor werd zijn WW-uitkering herzien en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit wegens motiveringsgebrek, maar handhaafde de terugvordering deels. Appellant voerde aan dat hij op basis van informatie van een medewerker van Cadans mocht aannemen dat hij slechts declarabele uren hoefde op te geven. De Raad oordeelde echter dat appellant als zelfstandige werkte en niet voldeed aan zijn meldingsplicht volgens artikel 25 WW Pro. De Raad verwierp het verweer dat hij slechts declarabele uren hoefde op te geven, mede vanwege het ontbreken van bewijs en de inhoud van het gesprek.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft herzien en de terugvordering heeft ingesteld. Het hoger beroep werd voor het deel over juli 1996 niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. De uitspraak van 14 juni 2005 werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt voor het deel over juli 1996 niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond; de herziening en terugvordering van de WW-uitkering worden bevestigd.