ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluiten over arbeidsongeschiktheid en herbeoordeling
Appellant, een voormalige buschauffeur die sinds 1995 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn WAO-uitkering. Na een medische herbeoordeling werd de uitkering verhoogd, maar de rechtbank vernietigde het besluit wegens onduidelijkheid over de actualiteit van de geselecteerde functies.
In hoger beroep werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang van appellant was komen te vervallen door een gewijzigd besluit van het Uwv dat de uitkering met ingang van 8 augustus 2001 verhoogde naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De medische beoordeling van dit besluit werd bevestigd, ondanks enkele onduidelijkheden in het psychologisch rapport.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellant weliswaar bestaan, maar niet leiden tot volledige arbeidsongeschiktheid. De arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd als voldoende aangemerkt, ook al werd een functie betwist vanwege allergie. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het gewijzigde besluit van 1 november 2005 bevestigd.