ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering wegens niet langer ongeschikt voor werk
Appellant, laatstelijk werkzaam als vertegenwoordiger via een uitzendorganisatie, meldde zich op 23 september 2003 ziek met vermoeidheids- en rugklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 23 december 2003 werd vastgesteld dat er geen medisch objectiveerbare afwijkingen waren en werd appellant per 29 december 2003 hersteld verklaard. Op basis hiervan weigerde het UWV een verdere Ziektewetuitkering.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat zijn beperkingen werden onderschat. Hij bracht medische informatie in van GGZ Buitenamstel en een neuroloog, waaruit onder meer een diagnose van psychotische stoornis NAO en hypersomnolentie bleek. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde echter zijn eerdere standpunt dat appellant niet langer ongeschikt was.
De Raad concludeert dat de medische rapportages voldoende zijn en dat de psychische klachten adequaat zijn onderzocht. De aanvullende informatie van appellant biedt onvoldoende grond om het standpunt van het UWV te betwijfelen, mede omdat deze informatie geen betrekking heeft op de datum in geding. Het is niet uitgesloten dat de situatie van appellant na die datum is verslechterd, maar dat is niet relevant voor deze beslissing.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV om de verdere Ziektewetuitkering te weigeren vanaf 29 december 2003. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een verdere Ziektewetuitkering vanaf 29 december 2003 wegens het ontbreken van ongeschiktheid voor werk.