ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3476

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1987 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering meerinkomen en OV-boete na overschrijding bijverdiengrens

Appellant ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd vastgesteld dat hij in 2001 de bijverdiengrens had overschreden. De IB-Groep had op bezwaar een bedrag van €733,83 teruggevorderd, bestaande uit een vordering wegens meerinkomen en een OV-boete.

Appellant voerde aan dat het niet redelijk was dat een hoger bedrag werd teruggevorderd dan hij te veel had verdiend en dat de inkomsten afkomstig waren uit een stage die hij vanwege zijn studie moest doorlopen. Dit standpunt was ook al in eerste aanleg aangevoerd maar niet nader gemotiveerd in hoger beroep.

De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gezichtspunten had ingebracht en dat de rechtbank het standpunt afdoende en gemotiveerd had besproken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €733,83 bevestigd.

Uitspraak

06/1987 WSF
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 20 februari 2006, reg.nr. 05/1362 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 17 november 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.G.C. Wijsman, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2006. Appellant noch zijn gemachtigde is verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. M. Wiersma.
II. OVERWEGINGEN
De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat de IB-Groep, beslissend op bezwaar, bij besluit van 4 mei 2005 terecht heeft vastgesteld dat appellant in 2001 de bijverdiengrens heeft overschreden en aan de IB-Groep een bedrag van € 733,83 is verschuldigd, bestaande uit een vordering wegens meerinkomen en een OV-boete.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het niet redelijk is dat een hoger bedrag wordt teruggevorderd dan appellant te veel heeft verdiend en dat appellant de inkomsten heeft verworven met een stage die hij in verband met zijn studie heeft moeten doorlopen.
Dit had appellant ook reeds in beroep aangevoerd. Appellant heeft dit standpunt in hoger beroep niet nader gemotiveerd. Nieuwe gezichtspunten heeft hij niet naar voren gebracht.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank dit in hoger beroep herhaalde en niet nader gemotiveerde standpunt afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom dit standpunt niet tot het door appellant beoogde resultaat kan leiden.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.
Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
Voor een proceskostenvergoeding acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 november 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
MH