ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks klachten en beperkingen
Appellante, voormalig groepsleerkracht, viel uit wegens pijn- en vermoeidheidsklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. Bij een herbeoordeling in 2002 werd deze uitkering verlaagd naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gezondheidssituatie sinds de oorspronkelijke toekenning niet was verbeterd maar juist verslechterd, en dat zij meer beperkingen ondervond dan in de functionele mogelijkhedenlijst waren opgenomen. Zij betwistte ook de realiteitswaarde van de functie schadecorrespondent waarop het UWV haar mogelijkheden baseerde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de verzekeringsarts over de situatie per 4 december 2002 juist was en dat de functionele mogelijkhedenlijst een goede basis vormde. Hoewel geen objectiveerbare oorzaak voor de klachten was vastgesteld, was hiermee rekening gehouden. Appellante had geen nieuwe medische informatie aangeleverd die het oordeel van de verzekeringsarts ondermijnde.
De Raad bevestigde dat appellante de functies die het UWV had voorgesteld, kon vervullen en dat de functie schadecorrespondent voldoende realiteitswaarde had. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.