ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding medische kosten in Joegoslavië bij spoedeisende hulp volgens Verdrag
Appellant maakte aanspraak op vergoeding van medische kosten die hij in de periode van 1 tot 22 augustus 2000 in Joegoslavië had gemaakt, op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Joegoslavië. De zorgverzekeraar VGZ wees de vergoeding af omdat er volgens hen geen sprake was van spoedeisende hulp zoals bedoeld in het Verdrag.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat er geen indicatie was voor vergoeding van fysiotherapie en ambulancevervoer omdat de gezondheidstoestand van appellant in die periode geen onmiddellijke geneeskundige behandeling vereiste. Wel oordeelde de Raad dat het consult bij de neuroloog dr. Djokic en de geboden parenterale therapie wel onder spoedeisende hulp vielen, gezien de aard en intensiteit van de klachten en de daaropvolgende hernia-operatie in Nederland.
De Raad vernietigde het eerdere besluit van VGZ en verklaarde het beroep gegrond. VGZ werd veroordeeld tot betaling van € 1.000 voor de medische kosten en tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en VGZ wordt veroordeeld tot vergoeding van medische kosten en proceskosten.