ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering zonder terugwerkende kracht
Appellante had bijstand aanvankelijk ingetrokken gekregen met ingang van 15 januari 2004, later gewijzigd naar 28 januari 2004. Zij heeft geen rechtsmiddel tegen deze intrekking genomen. Op 10 mei 2004 meldde zij zich bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) met een verzoek om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2004. Het College kende bijstand toe vanaf 10 mei 2004, de datum van melding bij het CWI, en wees terugwerkende uitkering af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellante geen eerdere aanvraag had gedaan en geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die bijstandsverlening met terugwerkende kracht konden rechtvaardigen.
De Raad verwees naar vaste rechtspraak dat bijstand in beginsel niet wordt verleend over perioden vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij eerder niet kon aanvragen of onjuiste informatie had ontvangen, was het College terecht uitgegaan van de datum van melding. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt bevestigd op de datum van melding bij het CWI zonder terugwerkende kracht.