ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van teveel betaalde bijstand en verrekening met AAW-uitkering
Appellante ontving tussen 1 juli 1991 en 31 december 1997 bijstandsuitkeringen, die later werden verrekend met een met terugwerkende kracht toegekende AAW-uitkering. De gemeente IJsselstein had een deel van de bijstandskosten verhaald op de ex-echtgenoot van appellante, maar dit bleek achteraf niet rechtsgeldig.
Het College vorderde in 2003 de teveel betaalde bijstand terug omdat appellante gedurende de gehele periode beschikte over voldoende middelen via de AAW-uitkering. De rechtbank vernietigde het bezwaar van appellante tegen deze terugvordering wegens een deels onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad oordeelt dat het College terecht de terugvordering baseerde op de Algemene bijstandswet, ook voor de periode vóór 1992 vanwege een afdrachtsmachtiging. De verhaalsbijdrage van de ex-echtgenoot en alimentatiebetalingen beïnvloeden de terugvordering niet. Ook is geen sprake van schending van de redelijke termijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de terugvordering van teveel betaalde bijstand over 1991-1997.