ECLI:NL:CRVB:2008:BG4645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijke huishouding en mede-terugvordering bijstand volgens WWB
Appellant was gehuwd met [H.] en zij kregen vier kinderen. Na ontbinding van het huwelijk verleende het College aan [H.] bijstand als alleenstaande ouder. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellant en [H.] vanaf 28 februari 2001 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit aan het College te melden.
Het College vorderde mede de kosten van bijstand terug van appellant over de periode 1 maart 2001 tot en met 30 november 2002. Appellant betwistte de samenwoning en het afwijzen van zijn verzoek tot vergoeding van kosten in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze zich baseerde op een andere periode en stelt vast dat appellant en [H.] gezamenlijk hoofdverblijf hadden. De terugvordering van € 20.706,69 is terecht. De Raad wijst erop dat de wettelijke onderhoudsplicht van appellant geen invloed heeft op de hoogte van het terug te vorderen bedrag.
Verder oordeelt de Raad dat het College onrechtmatig heeft geweigerd de kosten van bezwaar te vergoeden en veroordeelt het College tot vergoeding van € 644,-- voor bezwaar en elk € 644,-- voor beroep en hoger beroep. Ook dient het griffierecht van € 142,-- aan appellant te worden vergoed.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond, bevestigt de mede-terugvordering en beveelt vergoeding van kosten bezwaar en proceskosten aan appellant.