ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beslist over overname loonvorderingen na faillissement werkgever
Appellant was bedrijfsjurist bij een werkgever die failliet werd verklaard. Het UWV nam op grond van de Werkloosheidswet (WW) loonverplichtingen van de werkgever over, maar weigerde de vorderingen van appellant op tantième, reiskosten en overwerk volledig over te nemen omdat de curator deze niet erkende.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de reiskostenvergoeding van € 242,66 per maand voldoende aannemelijk was en dat deze vordering daarom voor overneming in aanmerking komt. Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen over de reiskosten en de wettelijke rente hierover.
Ten aanzien van het tantième oordeelde de Raad dat alleen het tantième over de 13 weken voorafgaand aan de ontslagaanzegging voor overneming in aanmerking komt, conform artikel 64 WW Pro. Het standpunt van appellant dat het tantième over het gehele dienstverband toekomt, werd verworpen. Tevens werd het UWV verplicht wettelijke rente te vergoeden over het alsnog toegekende tantièmebedrag vanaf 3 augustus 2004.
De vordering over overwerk werd afgewezen omdat onvoldoende was vastgesteld dat het bijwonen van een aandeelhoudersvergadering als overwerk kon worden beschouwd. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak vernietigt het besluit van het UWV voor zover het de reiskosten betreft en legt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het UWV moet de reiskostenvergoeding overnemen en wettelijke rente vergoeden over het toegekende tantièmebedrag, maar het tantième wordt beperkt toegekend tot de 13 weken voorafgaand aan ontslag.