ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-herzieningsbesluit ondanks geschil over arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellant ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen het UWV-besluit deels niet-ontvankelijk werd verklaard en het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage werd bevestigd.
De Raad overwoog dat appellant geen relevant belang had bij een rechterlijk oordeel over het deel van het besluit dat de voortzetting van de WAO-uitkering met 80-100% arbeidsongeschiktheid betrof. Het geschil concentreerde zich op de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid per 20 februari 2003 op 25-35%.
Appellant bracht in hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten aan, maar stelde dat de herzieningsdatum onjuist was en dat een verslechtering na 31 maart 2002 niet was meegenomen. De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij verzekeringsartsrapportages geen verslechtering meldden. Ook was appellant gedurende de periode met het hogere percentage uitkering verzekerd.
De Raad onderschreef de arbeidskundige beoordeling dat voldoende passende functies beschikbaar zijn voor appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit dat appellant per 20 februari 2003 voor 25-35% arbeidsongeschikt is.