ECLI:NL:CRVB:2008:BD3732

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1295 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening op grond van evidente onjuistheid en nieuwe feiten in WAO-zaak

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 15 december 2006 betreffende zijn WAO-aanspraken. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat er sprake was van evidente onjuistheid, een foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

De Raad heeft het verzoekschrift, het aanvullende verzoek van 2 maart 2007 en medische stukken van Instituut Psychosofia beoordeeld. Uit deze stukken bleek echter geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad benadrukte dat een hernieuwde discussie over de zaak alleen mogelijk is indien dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden worden aangetoond.

Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J. Janssen en leden J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen, en uitgesproken op 6 juni 2008.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/1295 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 december 2006, 04/4712 WAO, in het geding tussen:
[Verzoeker] (hierna: verzoeker)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 6 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoeker verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 december 2006, 04/4712 WAO.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2008.
Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge.
Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om "herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden". Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 2 maart 2007 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van 22 februari 2007 (medische adstructie a5).
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad heeft echter noch in het aanvullende verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 22 februari 2007, noch in de medische adstructie a6 van Instituut Psychosofia van 11 maart 2008, noch in de daarbij meegezonden stukken enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb kunnen ontwaren. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
SSw