ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5138
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening AAW-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak uit 2001 waarin werd geoordeeld dat zij geen recht had op een AAW-uitkering wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken arbeidsongeschiktheid van minstens 52 weken in de periode 1 juni 1981 tot 1 april 1984.
De Raad heeft het herzieningsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet. Hierbij is vereist dat nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak plaatsvonden en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De door verzoekster overgelegde medische informatie van neuroloog dr. M. van Zandijcke dateert van 29 januari 2004, dus na de oorspronkelijke uitspraak, en heeft betrekking op haar medische toestand in 2004, niet in de relevante periode. De Raad concludeert dat deze informatie geen nieuwe feiten bevat die de eerdere beoordeling kunnen wijzigen.
Daarom wijst de Raad het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 december 2006.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over het recht op AAW-uitkering wordt afgewezen.