ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overneming betalingsverplichting vakantiedagen en pensioenpremie door UWV
Appellant stelde beroep in tegen de beslissing van het UWV om geen betalingsverplichting over te nemen voor acht vakantiedagen en een pensioenpremie van €152,92, nadat zijn werkgever failliet was gegaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen geloofwaardige en consistente onderbouwing gaf voor de omvang van de niet-genoten vakantiedagen en onvoldoende bewijs leverde dat de pensioenpremie een verplichting van de werkgever betrof.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of bewijs had aangedragen en dat de stukken, waaronder de polis van Zwitserleven, niet aannemelijk maakten dat de werkgever de pensioenpremie verschuldigd was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.