ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-verlenging tijdelijke aanstelling door eigen toedoen
Appellant was tijdelijk aangesteld bij de gemeente Waalre, waarbij de aanstelling afhankelijk was van gemeentelijke herindeling. Het college stelde vast dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn verplichtingen jegens het gewest, waardoor hij feitelijk dubbel in openbare dienst was aangesteld. Dit leidde tot het niet verlengen van zijn tijdelijke aanstelling per 14 juli 2002.
Appellant vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het UWV blijvend geheel werd geweigerd op grond van artikel 27 van Pro de WW, omdat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid had behouden. Het college weigerde ook de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (Bww) op grond van het UWV-besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende openheid heeft gegeven over zijn verplichtingen aan het gewest, wat noodzakelijk was gezien zijn functie en de hoge eisen aan integriteit. Hierdoor was het vertrouwen in zijn functioneren geschaad en was het niet verlengen van de tijdelijke aanstelling terecht.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat sprake was van een neutrale beëindiging van rechtswege zonder motivering en dat er sprake was van een benadelingshandeling die een lichtere maatregel rechtvaardigde. De bevoegdheid van het college tot weigering van de Bww-uitkering werd eveneens bevestigd.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende volledige weigering van de WW-uitkering aan appellant wegens niet-verlenging van zijn tijdelijke aanstelling door eigen toedoen.