ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet tot arbeid in staat is vanwege psychische beperkingen en lichamelijke klachten, waaronder angst voor inspanning door een hartinfarct en familiale hartklachten. De rechtbank had echter vastgesteld dat het UWV de WAO-uitkering terecht had herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.
De Raad nam de feiten uit de eerdere uitspraak over en verwierp het standpunt van appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Het door appellant ingebrachte psychiatrisch rapport werd niet overtuigend geacht, mede omdat de psychiater zelf aangaf dat de situatie op de datum van herziening moeilijk te beoordelen was en appellant niet onder behandeling was.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen onderbouwing was voor de door appellant gestelde psychische beperkingen op de datum in kwestie. De Raad achtte voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen binnen de belastbaarheid van appellant beschikbaar.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 15 december 2006 door de Centrale Raad van Beroep gedaan.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.