ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5234

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6056 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen hoogte rentedragende lening door IB-Groep

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de IB-Groep om zijn bezwaar tegen de hoogte van het bedrag aan rentedragende lening niet-ontvankelijk te verklaren. Hij stelde dat hij alsnog in aanmerking zou moeten komen voor een kortingsregeling die in het verleden zou hebben gegolden, waardoor zijn schuld bij afbetaling ineens lager zou worden vastgesteld.

De Raad heeft het hoger beroep behandeld, waarbij appellant niet is verschenen. De Raad heeft overwogen dat appellant het bestaan van de door hem bedoelde kortingsregeling niet heeft kunnen aantonen, ondanks verwijzing naar correspondentie met OCW. Er is geen bewijs gevonden dat deze kortingsregeling daadwerkelijk heeft bestaan.

Daarom is het hoger beroep van appellant ongegrond en wordt de eerdere uitspraak van de rechtbank Assen bevestigd, waarin het bezwaar van appellant door de IB-Groep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad heeft het besluit van de IB-Groep niet vernietigd en het beroep afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de IB-Groep wordt bevestigd.

Uitspraak

05/6056 WSF
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 26 augustus 2005, 04/77
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).
Datum uitspraak: 22 december 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2006. Appellant is niet verschenen. De IB-groep was vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Naber.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van het procesverloop verwijst de Raad naar rubriek I van de aangevallen uitspraak.
In hoger beroep heeft appellant nogmaals aangevoerd dat de hoogte van zijn schuld uit rentedragende lening onjuist is aangezien hij (alsnog) in aanmerking dient te komen voor een in het verleden geldende kortingsregeling, inhoudende dat bij afbetaling ineens van de totale studieschuld uit rentedragende lening, die schuld op een lager bedrag zou worden vastgesteld. Ter onderbouwing verwijst hij naar correspondentie per e-mail tussen hem en postbus 51 (OCW), verzonden op 8 respectievelijk 19 september 2005.
Het hoger beroep van appellant richt zich hiermee tegen de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het besluit van de IB-Groep, waarbij de IB-Groep het bezwaar van appellant tegen de hoogte van het bedrag aan rentedragende lening, zoals vermeld in het Bericht Terugbetalen 2003, gedateerd 6 oktober 2003, niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Evenals de rechtbank en onder overneming van haar overwegingen is de Raad van oordeel dat de IB-Groep het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met betrekking tot hetgeen appellant heeft aangevoerd overweegt de Raad dat appellant het bestaan van een kortingsregeling voor zijn situatie niet heeft kunnen aantonen. Ook overigens is de Raad niet gebleken van het bestaan van de door appellant bedoelde kortingsregeling.
Het hoger beroep van appellant slaagt derhalve niet.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.
(get.) J. Janssen
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
SSw