ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eerste arbeidsongeschiktheidsdag en WAO-uitkering ondanks betwisting
Appellanten stelden in hoger beroep dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ten onrechte de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van Van der L. heeft vastgesteld op 5 februari 1998. Zij voerden aan dat Van der L. na herstel en een nieuwe dienstbetrekking feitelijk tot 24 december 1998 heeft gewerkt en zich pas met terugwerkende kracht ziek heeft gemeld per die datum.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen, zowel de initiële als de bezwaarverzekeringsarts, unaniem concludeerden dat Van der L. sinds 5 februari 1998 doorlopend arbeidsongeschikt was. De medische rapportages onderbouwen dat Van der L. geen duurzaam benutbare mogelijkheden had vanaf die datum, mede door een langdurig alcoholprobleem en bijkomende privéproblematiek.
De Raad stelde vast dat het Uwv het besluit om Van der L. per 4 februari 1999 een WAO-uitkering toe te kennen, terecht heeft genomen en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht, die het beroep van appellanten ongegrond verklaarde, bevestigd moet worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad benadrukte dat de medische onderzoeken niet gebrekkig zijn en dat appellanten geen tegenbewijs hebben geleverd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist is vastgesteld op 5 februari 1998 en wijst het hoger beroep af.