ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft op 24 maart 2004 een bijstandsaanvraag ingediend die buiten behandeling is gesteld vanwege het ontbreken van noodzakelijke gegevens van zijn vriendin, met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde. Een bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard, en appellant stelde geen beroep in.
Op 15 juni 2004 diende appellant een nieuwe aanvraag in met het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2004. Het College kende de bijstand toe vanaf 2 juni 2004, de datum waarop appellant zich meldde bij het CWI, en wees een terugwerkende toekenning af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat de vaste rechtspraak van de Raad bepaalt dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend vóór de datum van melding bij het CWI, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de gegeven voorlichting door het College geen bijzondere omstandigheden vormde en dat het feit dat appellant zich pas op 2 juni 2004 meldde, voor zijn eigen rekening en risico kwam. De Raad bevestigde daarmee de ingangsdatum van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 2 juni 2004, zonder terugwerkende kracht vanaf 1 april 2004.