ECLI:NL:CRVB:2006:BA5160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering ondanks geschil over objectiveerbare ziekte
Appellante, de werkgever van de werkneemster, stelde in hoger beroep dat aan de werkneemster ten onrechte een WAO-uitkering was toegekend omdat er volgens haar geen objectiveerbare ziekte of gebrek was vastgesteld door de verzekeringsarts, maar slechts klachten en verschijnselen.
De Raad oordeelde dat er geen algemene verplichting bestaat voor de verzekeringsarts om informatie uit de curatieve sector in te winnen en dat appellante geen aanwijzingen had geleverd dat de beperkingen van de werkneemster minder ernstig waren dan vastgesteld. De werkneemster was geen partij in het geschil, waardoor een medisch onderzoek door de Raad niet aan de orde was.
De Raad sloot zich aan bij de rechtbank Arnhem, die had geoordeeld dat de verzekeringsarts op inzichtelijke wijze had beargumenteerd dat sprake was van een objectiveerbare ziekte en de daaruit voortvloeiende beperkingen. De grieven van appellante faalden, en de uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond.