ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6069
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet gerechtvaardigd
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg vermoedde dat verzoekster samenwoonde met haar ex-echtgenoot, wat de rechtmatigheid van de uitkering ter discussie stelde. Na observaties en getuigenverklaringen trok het College de bijstand in en verklaarde een nieuwe aanvraag buiten behandeling wegens het niet verstrekken van financiële gegevens.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster en haar ex-echtgenoot hetzelfde hoofdverblijf hadden, maar dat niet zonder nader onderzoek kon worden vastgesteld dat sprake was van gezamenlijke huishouding. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de onderzoeksgegevens onvoldoende zijn om een gezamenlijke huishouding aan te nemen en vernietigt de besluiten van het College.
De Raad herroept het besluit tot intrekking van de bijstand en het besluit tot buiten behandelingstelling van de aanvraag. Tevens veroordeelt zij het College tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van verzoekster. Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de besluiten van het College worden herroepen wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.