ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies na ziekmelding vanuit WW-situatie
Appellant meldde zich op 9 januari 2002 ziek vanuit een WW-situatie wegens psychische klachten. Het UWV kende per 8 januari 2003 een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor functies als inpakker en produktiemedewerker.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische klachten en dat het rapport van zijn psychiater Cense ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Raad benoemde daarop een onafhankelijke psychiater, G.T. Gerssen, die concludeerde dat appellant leed aan een recidiverende depressieve stoornis met werkgerelateerde stressfactoren, maar dat hij geschikt was voor de voorgelegde functies.
De Raad oordeelde dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts juist was en dat het rapport van Cense daaraan niet afdoet. Ook de klacht over deadlines en productiepieken bij de functies faalde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee het bezwaar van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid van 35-45% en verklaart het hoger beroep ongegrond.