ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over mate van arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellante, werkzaam als docente handvaardigheid, viel in 1999 uit wegens klachten aan het bewegingsapparaat en vermoeidheid. Na bezwaar en herbeoordeling stelde het UWV haar mate van arbeidsongeschiktheid bij van 80-100% naar 65-80% per 13 juni 2002. Appellante betoogde dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat het onderzoek door de verzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek wel zorgvuldig was, mede omdat het gebaseerd was op informatie van de behandelend revalidatiearts. Het UWV had in eerdere procedures geen adequate arbeidskundige toelichting gegeven op de functiebelastingen. Met de in hoger beroep overgelegde rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige werd dit alsnog toegelicht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.