ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag WAO wegens gezamenlijke huishouding en werkzaamheden partnerbedrijf
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om de toeslag op haar WAO-uitkering per 1 juli 2002 te beëindigen en een bedrag van €18.652,15 terug te vorderen. Het Uwv had vastgesteld dat appellante samenwoonde met haar partner en werkzaamheden verrichtte in diens bedrijf, waardoor zij geen recht meer had op de toeslag. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad baseert zich op een rapport van de afdeling Bijzonder Onderzoek van het Uwv, waarin onder meer getuigenverklaringen, observaties en verklaringen van appellante zelf zijn opgenomen. Hieruit blijkt dat appellante een gezamenlijke huishouding voert met haar partner en economische waarde toevoegt door werkzaamheden in diens bedrijf. Appellante heeft geen dringende redenen aangevoerd om van de terugvordering af te zien.
Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan onderbouwing en herhaling van eerder aangevoerde grieven. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit en de terugvordering van de toeslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot terugvordering van de toeslag WAO wordt bevestigd.