ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling loonkostensubsidie en rechtsmiddelen tegen subsidiebesluiten gemeente Amsterdam
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om subsidieverzoeken over de jaren 2000 tot en met 2002 af te wijzen. Het College beriep zich op overdracht van bevoegdheid aan NV Werk, maar de Raad van State oordeelde dat het College bevoegd bleef. Het College herroept daarop het eerdere besluit, maar stelt dat subsidievaststelling over genoemde jaren reeds via overeenkomsten met NV Werk heeft plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College verplicht is een inhoudelijk besluit te nemen op de subsidieverzoeken, ook al zijn er overeenkomsten gesloten met NV Werk. De Raad vernietigt daarom het besluit van 28 juni 2005 en het besluit van 9 oktober 2006 tot vaststelling van de loonkostensubsidie, omdat deze niet voldoen aan de vereisten van het Besluit in- en doorstroombanen.
Desondanks laat de Raad de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand, omdat de subsidievergoedingen overeenkomen met de verstrekte bedragen en de gedragslijn van de gemeente niet in strijd is met het recht. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en appellanten krijgen een vergoeding van griffierechten toegekend.
Uitkomst: De besluiten van 28 juni 2005 en 9 oktober 2006 worden vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven in stand.