ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant viel op 14 maart 2001 uit voor zijn werk als logistiek medewerker en hervatte later zijn werkzaamheden gedeeltelijk. Het UWV weigerde op 13 maart 2002 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat appellant geschikt werd geacht zijn eigen werk te verrichten voor 22,5 uur per week. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapporten een voldoende basis vormden voor het besluit. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie aan die het oordeel zou kunnen ondermijnen. De verklaring van een neuropsycholoog werd niet als voldoende onderbouwing erkend, omdat de veronderstelde organische schade niet was vastgesteld door de behandelend neuroloog.
Verder werd het standpunt van appellant dat hij slechts 17,5 uur per week zou kunnen werken niet gevolgd, omdat dit niet met medische gegevens was onderbouwd. Ook de bezwaren tegen de duiding van functies en het gebruik van het CBBS werden niet behandeld, omdat het besluit uitging van geschiktheid voor eigen werk en geen theoretische functieduiding betrof.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.