ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving sinds 3 februari 2004 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een familiebericht over de geboorte van een kind en een onderzoek van de sociale recherche werd de uitkering door de gemeente Wervershoof ingetrokken en teruggevorderd wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht en het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De rechtbank had het besluit van de gemeente vernietigd voor de periode van 3 februari tot 15 juni 2004, omdat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor de intrekking. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de gemeente niet hoeft vast te stellen of betrokkene een gezamenlijke huishouding voerde in een andere gemeente. Ook de subsidiaire grond van onjuiste of onvolledige informatie over het hoofdverblijfadres is onvoldoende onderbouwd.
De Raad baseert zich op verklaringen van betrokkene en haar partner, die aangeven dat betrokkene pas vanaf medio juni 2004 haar hoofdverblijf elders had. De verklaringen van buurtbewoners worden door de Raad als onvoldoende zwaarwegend beoordeeld. De Raad beveelt de gemeente een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, veroordeelt de gemeente in de proceskosten van betrokkene en bevestigt de vernietiging van het terugvorderingsbesluit over de genoemde periode.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering over de periode 3 februari tot 15 juni 2004 worden vernietigd en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.