ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslagvrije voet bij aflossingsbedrag bijstandsschuld en inlichtingenverplichting
De zaak betreft het hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de vaststelling van het aflossingsbedrag van een bijstandsschuld. Betrokkene had een bijstandsschuld en loste hiervoor maandelijks een bedrag af. Appellant had het aflossingsbedrag ambtshalve verhoogd vanwege het niet aanleveren van inkomensgegevens door betrokkene.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat appellant niet had getoetst of het aflossingsbedrag de beslagvrije voet overschreed, zoals bedoeld in artikel 475d Rv. Appellant voerde in hoger beroep aan dat bij schending van de inlichtingenplicht de beslagvrije voet niet in acht hoeft te worden genomen, verwijzend naar jurisprudentie onder de Abw en TW.
De Raad oordeelt dat de WWB geen grondslag biedt om de beslagvrije voet buiten toepassing te laten bij niet-nakoming van de inlichtingenplicht. Het beleid van appellant om de beslagvrije voet niet te respecteren is in strijd met de wet. Het besluit van 14 maart 2006 wordt vernietigd voor de periode 1 januari tot 30 april 2005 en het aflossingsbedrag wordt vastgesteld op € 500 per maand.
Daarnaast veroordeelt de Raad appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene en bevestigt de vernietiging van het eerdere besluit. De uitspraak benadrukt het belang van wettelijke bescherming van de beslagvrije voet bij invordering van bijstandsschulden, ook bij informatieverzuim.
Uitkomst: Het aflossingsbedrag voor de periode 1 januari tot 30 april 2005 wordt vastgesteld op € 500 per maand en het besluit van 14 maart 2006 wordt vernietigd voor dat deel.