ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld op grond van gezondheidsstatus bij aanvang verzekering niet gerechtvaardigd
Appellante was opgenomen wegens meningitis en sloot daarna een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Kort na aanvang van deze overeenkomst meldde zij zich ziek. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering omdat zij op de aanvangsdatum van de verzekering al ziek was of binnen een half jaar ziek zou worden, op grond van artikel 44 ZW Pro.
Appellante stelde dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg was van een depressie door het overlijden van een goede vriend, los van haar eerdere meningitis. Diverse medische rapporten werden overlegd, waarbij onduidelijk bleef of zij op de aanvangsdatum al arbeidsongeschikt was. Appellante weigerde het verstrekken van bepaalde medische informatie.
De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte artikel 44 ZW Pro toepaste omdat de psychische klachten die tot uitval leidden los stonden van de gezondheidstoestand bij aanvang van de verzekering. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van ziekengeld wordt vernietigd.