ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste arbeidsongeschiktheidsdag voor toekenning WAO-uitkering
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) had aan betrokkene een WAO-uitkering toegekend met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 11 maart 1999. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze datum, stellende dat hij al vóór die datum arbeidsongeschikt was. De rechtbank Haarlem vernietigde het besluit van appellant omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de juiste eerste arbeidsongeschiktheidsdag.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Uit diverse stukken, waaronder rapporten van de arbeidsdeskundige en correspondentie van de advocaat van betrokkene, blijkt dat betrokkene zijn werkzaamheden al vóór 11 maart 1999 had gestaakt wegens ziekte. Appellant heeft nagelaten de nodige kennis te vergaren om de juiste eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast te stellen.
De Raad wijst erop dat op grond van artikel 19 WAO Pro de eerste arbeidsongeschiktheidsdag de eerste werkdag is waarop wegens ziekte niet is gewerkt. Omdat betrokkene al vóór 11 maart 1999 ziek was, ligt de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op een eerdere datum. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene en heft griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldig onderzoek door het uitvoeringsinstituut bij het vaststellen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag voor WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 11 maart 1999 wordt vernietigd.