ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet-melding bijdrage huur atelier
Appellante ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering. Het College trok de bijstand in per 1 juni 2000 omdat appellante niet had gemeld dat zij maandelijks een bijdrage van haar moeder ontving voor de huur van een atelier.
Het bezwaar tegen deze intrekking werd gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij het College stelde dat het huren van het atelier niet relevant was en dat er geen bewijs was van inkomsten uit kunstverkoop. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bijdrage van de moeder als inkomen moet worden aangemerkt en dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Echter, het College kon niet aantonen dat het recht op bijstand niet vast te stellen was, aangezien de bijdrage beperkt was tot maximaal €300 per maand.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College wegens ondeugdelijke motivering. De bijstand wordt herzien met een maandelijkse eigen bijdrage van €300. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt herzien met een maandelijkse eigen bijdrage van €300 en het besluit van het College wordt vernietigd.