ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens juiste beoordeling belastbaarheid en passende functies
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 27 mei 2002 te herzien en vast te stellen op een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank Utrecht had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de grieven van appellant afdoende heeft besproken en gemotiveerd waarom deze niet kunnen slagen. Het oordeel van het UWV, gebaseerd op rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, wordt onderschreven.
Appellant stelde dat er onjuiste informatie-inwinning was door de artsen en dat overleg had moeten plaatsvinden over de functie van machinaal metaalbewerker vanwege overschrijding van een normaalwaarde. De Raad stelt dat hierover reeds overleg is gevoerd in de bezwaarfase en dat de functie passend is bevonden. Er is geen feitelijke grondslag om te twijfelen aan de geschiktheid van de voorgehouden functies.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering tot 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.