ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering meerinkomen en beëindiging studiefinanciering 1999
Appellante is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die een vordering wegens meerinkomen over 1999 bevestigde en de beëindiging van haar studiefinanciering handhaafde.
Zij stelde dat het niet is toegestaan om met terugwerkende kracht studiefinanciering te beëindigen en dat de hardheidsclausule toegepast zou moeten worden. Tevens voerde zij aan dat haar mondeling was toegezegd dat niet op 1999 zou worden teruggekomen, dat de IB-Groep een onjuist bedrag aan premies Ziekenfondswet hanteerde en dat de opgelegde OV-boete niet in verhouding stond tot het verzuim.
De Raad oordeelde dat de IB-Groep een beleidslijn heeft ontwikkeld waarbij met terugwerkende kracht beëindiging mogelijk is tot 27 mei 2003 en dat dit beleid als interne gedragslijn een redelijke invulling van de discretionaire bevoegdheid is. Appellante had niet tijdig haar meerinkomen gemeld en kon haar brief van 9 september 1999 niet aantonen. De toezegging van niet-terugkomen kon niet worden bevestigd. De OV-boete en de gehanteerde premiebedragen waren rechtmatig.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vordering wegens meerinkomen en beëindiging studiefinanciering worden bevestigd.