ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht na werkhervatting in aangepaste functie
Appellant, werkzaam als betonboorder/sloper, meldde zich ziek in juli 1997 vanwege elleboogklachten na een bedrijfsongeval. Na hervatting in een aangepaste functie in mei 1998 tegen 80% loonwaarde, kende het Uwv een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15-25%. Na verergering van klachten werd de uitkering in 2000 verhoogd naar 80-100%.
Op 22 mei 2000 hervatte appellant zijn werk in aangepaste functie, waarna het Uwv in 2004 besloot de WAO-uitkering met terugwerkende kracht te herzien naar de oorspronkelijke 15-25% klasse en onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen. Appellant stelde dat toepassing van artikel 44 WAO Pro had moeten plaatsvinden, waarbij de inkomsten uit arbeid zouden leiden tot een andere uitkeringsklasse.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht voor herziening koos in plaats van toepassing van artikel 44, mede omdat appellant langdurig normaal functioneerde in het aangepaste werk zonder noemenswaardige uitval en dat het rechtszekerheidsbeginsel niet aan terugwerkende kracht in de weg stond. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.